Methodes

BSM-de JongŪ voor ontwikkelingsproblemen

Er is behandeling mogelijk van een verstoorde spraak/taalontwikkeling, van een verstoorde motorische ontwikkeling en van een verstoorde emotionele ontwikkeling. Veel van deze stoornissen worden aangeduid met namen als Dysfasie, PDDNOS, Autisme, aan Autisme Verwante Contactstoornissen, Hyperactiviteit of Concentratiestoornissen enzovoorts.
 

BSM-de JongŪ voor gedragsproblemen

Hiertoe behoren ondermeer:
- Scheidingsangst
- Concentratieproblemen
- Faalangst
- ADHD
- Pestgedrag
- Gepest worden
- Heimwee
 

BSM-de JongŪ voor leerproblemen

De volgende leerproblemen zijn uitstekend behandelbaar:

- Dyslexie, zich uitend in leesproblemen en spellingsmoeilijkheden
- Automatiseringsproblemen
- Problemen met ruimelijk inzicht
- Problemen met begrijpend lezen
- Problemen met inzichtelijk rekenen
- Slecht handschrift
- Dyscalculie (rekenproblemen)
 

BSM-de JongŪ model voor Dyslexie

Dit model wijkt af van de gangbare opvattingen hierover. De erfelijke vorm van dyslexie wordt hierin gezien als het gevolg van te zwak uitgestoten verteringsenzymen van de alvleesklier. Dit kan samengaan met een zwakke schildklierfunctie. Uiteraard is hier geen sprake van ziekte, maar van zwakte. Deze zwakte heeft gevolgen voor de ontwikkeling van het evenwichtsorgaan. Dit orgaan is er mede verantwoordelijk voor dat men beide ogen tegelijk kan richten op iets dat dichtbij is, bij voorbeeld een leerboek. Voor bepaalde kinderen is dat dus zeer moeilijk en dat leidt weer tot hoofdpijn aan de slapen of boven de ogen.

Bovendien is bovengenoemde zwakte er de oorzaak van dat een bepaalde hersenboodschapperstof, acetylcholine, in onvoldoende hoeveelheden geproduceerd en/of gerecycled kan worden. Dit leidt tot het onvermogen van de netvliezen om snel langs het netvlies glijdende beelden eveneens snel te gaan analyseren. Daardoor komt het lezen zeer moeilijk op gang of blijft het moeizaam en te langzaam.
 

Met intelligentie of een gebrek daaraan heeft dit niets te maken. Ook het rekenproces ondervindt hinder van een slechte aanmaak van acetylcholine omdat het afwisselen van optellen en aftrekken vertraagd verloopt. Daardoor maakt het kind onnodig veel “slordige” rekenfouten. Ook de motoriek vertoont bepaalde zwakke plekken, zoals de oogmotoriek en het handschrift (vaak klaagt het kind over buikpijn). De stof acetylcholine is namelijk ook betrokken bij de innervering van de gewrichtsspieren.

N.B. Dyslexie is zeer goed behandelbaar!