Algemeen

Normaal gesproken vindt de beïnvloeding van het zenuwstelsel spontaan en ongehinderd plaats. Daardoor kan het zenuwstelsel en dus ook het brein zich ongestoord ontwikkelen. Voeding, aanraking, beweging en bewogen worden zijn daarvoor nodig. Proeven in Rusland met zeer jonge kinderen die in een kindertehuis verbleven hebben dit aangetoond. Door de kinderen nooit op te nemen uit hun bedjes bleef hun ontwikkeling in hun eerste levensjaar zo dramatisch achter, dat vele van hen overleden nog voor er een jaar om was. Helaas kunnen allerlei omstandigheden een ongestoorde ontwikkelingsgang geheel of gedeeltelijk verhinderen. De verstoring dus kan ernstige vormen aannemen, maar ook heel gering zijn. In beide gevallen zal het gedrag van het kind hiervan de symptomen hebben. Er is een onderzoek nodig om aan het licht te brengen waar en waarom er hiaten optreden. Het is gebleken dat erfelijke endocriene (hormonale) eigenschappen een rol kunnen spelen, maar ook dat iets in de toestand van het moederlichaam tijdens de zwangerschap mede de aanleiding vormt voor de problemen. Het geboorteproces, hoe goed ook verlopen voor de moeder, kan elementen bevatten die ongunstig waren voor de latere ontwikkeling van het kind. Ook ogenschijnlijk onschuldige gebeurtenissen in de eerste levensjaren kunnen oorzaken zijn van latere stagnatie in de ontwikkeling.

 

Diagnose

Alvorens de achterstanden te gaan aanpakken zal de BSM-de Jong® therapeut een diagnose moeten stellen met betrekking tot de lichamelijke aard van de problemen van het betrokken kind.

 

Onderzoek

Voor een onderzoek kan door ouders een afspraak worden gemaakt voor een gesprek van ongeveer drie uur. Zowel het kind als (liefst allebei) de ouders zijn aanwezig. Voorafgaande intelligentietesten spelen geen enkele rol in het onderzoek. Deze behandelmethode gaat niet uit van de gemeten intelligentie omdat bij het testen en toetsen ook het probleem mee is getest en het I.Q. alleen daardoor al onbetrouwbaar kan zijn. Er wordt vanuit gegaan dat het kind pas echt zijn intelligentie kan tonen wanneer de beletselen voor zijn functioneren zijn weggenomen. Wanneer er aanleiding toe is worden er eenvoudige lees-, reken- en/of schrijftestjes gedaan met het kind. Tijdens het onderzoek wordt naar veel zaken gevraagd teneinde de juiste diagnose te kunnen stellen. Daarna kunnen de lichamelijke oefeningen worden voorgeschreven. Zij staan in relatie tot de aard en ernst van de achterbleven functie en er wordt rekening gehouden met de neurologische ontwikkeling die het kind spontaan al bereikt had. Ook de leeftijd van het kind bepaalt de hoeveelheid en de frequentie ervan. Daarna worden aanwijzingen gegeven met betrekking tot het bestaande leerprobleem. Tenslotte wordt er aan de ouders uitgelegd op welke manier er met hun kind gelezen en/of gerekend moet gaan worden.

 

Oefeningen

Het ligt in de bedoeling dat er dagelijks met het kind geoefend wordt. Een vaste vrije dag is noodzakelijk. De ouders bepalen welke dag dat is. Het oefenen bestaat voor een deel uit het beweegprogramma, voor een deel ook uit lees- , spellings- en/of reken-oefeningen. In een later stadium wordt ook het handschrift aangepakt.

Vervolgens worden de oefeningen regelmatig bijgesteld. Nu gebeurt dat meestal nog telefonisch. Na enkele maanden tot een half jaar wordt een nieuwe afspraak gemaakt. Dan duurt het gesprek twee uur. De oefentijd voor een gemiddeld ontwikkelings-probleem duurt een jaar. Met kinderen in het speciale onderwijs moet veel langer gewerkt worden omdat hun leerachterstanden vaak groter tot zeer groot zijn.